Over het hesychasme

(met toestemming van de auteur vrij naar hoofdstuk 9 van Ennio Nimis: Kriya Yoga, Synthesis of a Personal Experience, 2012)

Hesychasme (van het Griekse ἡσυχασμός, dat stilte, kalmte, verstilling betekent) is een christelijke beweging (in de Byzantijnse traditie) die innerlijke vrede als een noodzaak beschouwt. Er zijn enkele interessante parallellen tussen het hesychasme en sommige varianten van yoga. Het belangrijkste hesychasme-onderricht heeft betrekking op het ontwikkelen van het ‘gebed van het hart’ en vormt een uitwerking van Jezus’ instructie om in de stilte van je eigen kamer te gaan om juist daar te bidden. Dit is althans de nieuwe inspiratie die het al eerder bestaande hesychasme ontving van het christendom. En dan hebben we het over het bekende bergeiland Athos in Griekenland, waar het hesychasme in de veertiende eeuw nieuw leven werd ingeblazen (een monnikenstaat met 20 kloosters).

Klooster op de Athos berg, helaas verboden voor vrouwen

Belangrijk is het voor langere tijd stilhouden van het lichaam, gevolgd door het leren afzien van  afleiding door gedachten en zintuiglijke prikkels, door de gedachten waar te nemen zonder ze te volgen, vergelijkbaar met mindfulness in het boeddhisme. Het gebed van het hart, op Athos het Jezusgebed, wordt beoefend door de hele mens, dus met ziel, geest en lichaam. Lang genoeg volgehouden en zonder afleiding van lichaam of geest, opent de mens zich voor het goddelijke en dient zich een eenwording met het ‘Ongeschapen Licht’ aan, dat in verband wordt gebracht met wat de apostelen op de berg Tabor waarnamen bij de verheerlijking van hun meester. Het resultaat is een diepe ervaring van de liefdevolle relatie met God.

Er bestaan volgens Ennio Nimis belangrijke parallellen tussen hesychasme en kriya yoga, met name als het gaat om (1) instructies voor het opzeggen van het gebed als een mantra, (2) het reguleren van  de ademhaling, (3) het innemen van lichaamshoudingen en (4) de aandacht voor specifieke in het lichaam waargenomen verschijnselen, als wegwijzers naar het uiteindelijke doel. Een belangrijk deel van Ennio’s materiaal is afkomstig uit een Russische roman uit de negentiende eeuw: De Weg van een Pelgrim, over iemands ervaringen op Athos. Ennio gaat diep in op de methode van het hesychasme, de parallellen met kriya yoga en een apologie tegen hen die zich verzetten tegen de gemaakte vergelijking.

Met dit laatste zijn we aanbeland bij mijn reden om op de overeenkomsten te wijzen. Volgens mij zou het christendom – ik ken het beste de katholieke kerk – gebaat zijn bij het serieus aanreiken van een methode om dichter bij God te komen. Het christendom bevat namelijk een rijkdom aan dergelijke methoden, waarvan het hesychasme er één is. Deze methode heeft ook nog eens grote raakvlakken met een vorm van yoga. Ik heb in mezelf – net als vele anderen, bijvoorbeeld wijlen pater Beijersbergen van de katholieke charismatische vernieuwing – christendom en yoga met elkaar verzoend.  Misschien komt er ooit ruimte om hieraan in bredere kring aandacht te schenken. De aantrekkelijkheid van de kerk zou er op vooruit kunnen gaan.

Eén tegenwerping tegen de door Ennio gemaakte vergelijking wil ik graag belichten. Dit komt uit mijn eigen koker. Het gesprek zou als volgt kunnen gaan:
V: Als je met een methode komt om God ‘op te roepen’, zul je misschien vinden dat jij macht hebt over God en dan is het meer iets van jezelf dan van God.
A: Waarom zeg je dat God door de mens wordt opgeroepen? Misschien maak je jezelf alleen maar onweerstaanbaar voor Hem.
V: Omdat de methode ook schijnt te werken als je hiervoor een heel ander gebed invult.
A: Dat zou misschien kunnen; dat weet ik niet. Misschien heb je gelijk omdat – andersom gezien – de van oorsprong hindoeïstische kriya yoga voor mij ook werkte toen ik een christelijk gebed gebruikte in plaats van een ‘mantra’. Dan loop je als kerk misschien een risico dat mensen wel de methode gebruiken, maar met een andere intentie dan bedoeld werd. 
V: Precies, dat bedoel ik!
A: Maar dan heb je als kerk intussen toch de mogelijkheid om mensen de intentie mee te geven. Dat is toch een uitgelezen kans. En dit in het licht van de zo dramatisch teruggelopen belangstelling voor wat er in de kerk gebeurt…
V: (laat het hier niet bij)

Posted in Geloof | Tagged , , | 2 Comments

De kaarsenzak

Om een idee te geven van hoe een brandende kaarsenzak er uitziet (in het donker is het indrukwekkender)

Dit is een ‘kaarsenzak’, mijn kaarsenzak. Samen met duizenden andere kaarsenzakken zal hij de vele mensen verlichten die 9/10 juni meedoen aan een 24-uurs wandelestafetteloop op een atletiekbaan in Veldhoven, om geld op te halen voor kankerbestrijding. Ik loop mee en heb nog een aantal van deze zakken op voorraad. Wil je vanaf 9 juni 2012 23.00 uur ook een zak hebben branden, met jouw wensen erop of gewoon blanco, laat het me dan weten. De kosten zijn 5 euro, volledig voor het Koningin Wilhelmina Fonds.
Lees dan hier verder.

Posted in Sponsoring | Tagged | Leave a comment

Uit de duisternis neergedaald

Het is hoog tijd voor een update  over mijn debuutroman die voor oktober 2012 ingepland staat bij uitgever Zilverspoor. Eerder heb ik hierover bericht op Twitter, Facebook en vooral in mails aan mijn (aangemelde) ’blogvrienden’.

Het contract werd op 25 november 2011 ondertekend en dat ging gepaard met een uitgebreide uiteenzetting van Jos Weijmer over hoe hij een aantal verbeteringen zag. Die verbeteringen hadden vooral betrekking op het laatste gedeelte van het boek. Ik ging daarmee enthousiast aan de slag en leverde een gereviseerde tekst in op 18 januari 2012 (alles digitaal uiteraard).

De uitgever berichtte op zijn website: “In dit boek volgen we een ex-TBS’er, die onverwachts in een geloofscrisis terecht komt. Niet dat hij zijn geloof dreigt kwijt te raken… nee, hij vreest juist het terug te vinden! En dat is, gezien zijn voorgeschiedenis, geen goed nieuws. Als hij dan ook nog eens verstrikt raakt in het web van een gewetenloze Duitse media-magnate, die hem verlokt mee te spelen in een live TV-show waarin de vraag centraal staat of God al dan niet bestaat, dreigt onze hoofdpersoon geheel te ontsporen. Hij is ervan overtuigd dat hij geschaduwd, belaagd, bedrogen en gemanipuleerd wordt… maar is dat wel werkelijk zo? Of keert zijn ziektebeeld terug en is hij zelf zijn omgeving langzaam gek aan het maken?”

De redactie van de kant van de uitgever bestaat uit drie onderdelen: (1) feedback over de hoofdlijnen, (2) redactie, (3) eind- of woordredactie. Op 23 maart kreeg ik de feedback van Jos. Hij was uitermate blij met de veranderingen die ik had aangebracht, vond alles prima zo en meldde dat ik kon wachten op de opmerkingen van fase (2), de redactie. Dat duurt nog even; een betrokken uitgever heeft meer te doen dan alleen naar mijn boek kijken. Hij meldde ook dat de werktitel ‘Uit de duisternis neergedaald’ nog steeds beter leek dan alle alternatieven die ik had aangedragen.

Nu begin ik na te denken over de promotieplannen rond de publicatie. Dat zijn zaken die ik uiteraard met de uitgever bespreek, in de hoop dat we op een aantal punten net zo vruchtbaar zullen kunnen samenwerken als we tot nu toe gedaan hebben.

Jos Weijmer, die een gevestigd en veelgevraagd grafisch kunstenaar is, gaat uiteraard een veel mooiere omslag maken dan ik (als niet heel serieus concept) ooit indiende: daar zijn weinig woorden aan vuil gemaakt. ;)   Ook de boektrailer die ik met veel moeite en een week verlof ooit maakte, kan opnieuw. Uiteraard sta ik in de Zilverspoor catalogus (op pag. 11).

Ondertussen buigt Jos zich ook nog over een ander manuscript, dat misschien iets voor 2013 is, en over de synopsis van wat ik graag in 2015 zou zien verschijnen. (En voor 2014 heb ik ook ideeën, uiteraard.)

Posted in Debuteren, Overig, nog niet ingedeeld, Rondom het schrijven, Uitgever | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Schrijven Magazine artikel

In nummer 2 van Schrijven Magazine (april/mei 2012) stond een heel leuk artikel van kinderboekenschrijfster/filosoof-met-kinderen Fabien van Kempen, getiteld ‘Schrijven moet! Maar waarom eigenlijk?’, dit in het kader van het thema “Het Heilige Schrijven”.
Ik citeer Fabien van Kempen en zij citeert mij:

Clemens van Brunschot wil gewoon bewijzen dat hij het kan. “Na jaren van afwijzingen wil je laten zien dat jouw schrijven wel degelijk de moeite waard is. Je zoekt een min of meer officiële bevestiging voor het zelfrespect dat je bij al die klappen in je gezicht nog overeind hebt weten te houden.” Publiceren is nu zijn hoogste doel. “Bij mij was het schrijven tot voor kort alleen investering, zonder iets op te leveren. Want mijn redenen om te schrijven hebben allemaal te maken met het gepubliceerd worden.”
Gelukkig gaat dit ook gebeuren, want zijn eerste boek, Uit de duisternis neergedaald, verschijnt in oktober a.s. bij de jonge uitgeverij Zilverspoor.
(…)
Twijfel wordt van een heel ander niveau als je nog in de fase van afwijzingen zit. Hoe lang ga je door? “Ik heb me na elke roman zwaar moeten oppeppen om de volgende te kunnen schrijven,” zegt Clemens van Brunschot. “En dat werd steeds moeilijker. De twijfel die bij je toeslaat als het er door uitgevers wordt ingeramd dat ook je zoveelste roman het niet verdient om uitgegeven te worden.” Zo mogelijk nog vervelender vindt hij als anderen het niet meer kunnen opbrengen om in jouw schrijven te geloven. Al kan dat wel weer helpen om vol te houden, omdat je het nu niet alleen aan jezelf maar ook aan die anderen moet laten zien. “De leercurve om je schrijven op het gewenste niveau te brengen is veel langer dan ik me voorheen realiseerde”, zegt hij, “misschien omdat de mensen te aardig voor je zijn.”

Tot zover het artikel.
Wat ik ook nog als materiaal had aangeleverd, was het volgende:

Met mijn schrijven wil ik een tegenwicht helpen bieden voor de oppervlakkigheid die je zoveel ziet in het moderne leven. Daarom zit er bij mij altijd een min of meer spiritueel thema door de romans geweven. 

Anderhalf jaar geleden, na mijn zevende roman, zat ik erg diep met mijn teleurstelling, wilde de handdoek in de ring gooien, de draad van het ‘gewone’ leven weer oppakken. Ik kwam toen – voor heel iets anders – om de paar weken bij een zeer ervaren NLP trainer, Igor van Kaam. Hij heeft me duidelijk gemaakt dat ik het nog een keer wilde proberen, door me bewust te maken van mijn onderliggende motivaties. Ik ben hem erg dankbaar.

Wat vind je de leukste kant van schrijven?
Het uitgegeven worden, het gelezen worden, het waarmaken van de verwachtingen die ik bij mijn Twitter volgers en anderen gewekt heb. Ik weet daarom dat ik dit boek zelf uitgegeven zou hebben als zich geen uitgever gemeld had. Maar zo is het beter.

Heeft het feit dat je parttime dan wel fulltime schrijver bent invloed op je schrijfplezier?
Het is wel zwaar om een roman af te krijgen naast een fulltime baan. Maar ik heb mezelf geleerd om elk moment te benutten als het nodig is. Zo slaag ik er ook in om me wijs te maken dat ik graag met de trein reis. En een enkele keer ben ik blij met een vertraging. Het fanatieke schrijven naast een baan gaat wel ten koste van andere dingen of andere mensen.

Wat had je achteraf anders willen doen?
Ik heb het vaak gezocht in manuscriptbeoordeling, maar daarvan ben ik teruggekomen. Een manuscriptbeoordeling is nogal persoonlijk; het ligt er maar net aan wie je hebt. Ik had er veel beter aan gedaan om in een vroeg stadium een paar goede workshops te volgen. Ik heb veel te lang gedacht dat ik er bijna was, dat de opmerkingen op de ene roman me voldoende hadden geslepen om van de volgende een succes te maken. Maar je gereedschap wordt maar langzaam beter met manuscriptbeoordeling. En op een gegeven moment is dan het ongeduld zo groot dat een workshop of cursus haast geen optie meer is. Dus je kunt daar beter heel vroeg aan beginnen, al heb je dan misschien nog geen idee hoeveel vaardigheid je tekort komt.

Posted in Debuteren, Overig, nog niet ingedeeld, Rondom het schrijven, Uitgever | Tagged , , , , , | Leave a comment

Arie Boomsma: Relishow

Bespreking van Arie Boomsma’s roman: Relishow. (Prometheus Amsterdam, ISBN 987 90 446 18105, 239 pag.)

Interessante debuutroman van onze eigenzinnige televisiepresentator. Op de achterflap lezen we: ‘Barbabas Holee, de eerste evangelist van Nederland met een artiestennaam, deelt de liefde van Jezus bij voorkeur fysiek. Talkshows zien hem graag verschijnen en de voorste kerkbanken worden tijdens zijn diensten over het algemeen gevuld door wild flitsende glamourfotografen. Maar zoals aan de meeste dingen in het leven hangt ook aan populariteit een prijskaartje. En voor een evangelist is de prijs misschien nog wel hoger dan voor de rest van ons’.  Dit wordt helemaal waargemaakt in deze verrassende roman.

Het is lachen geblazen in het eerste deel, later veel minder (maar dat geldt dan vooral voor Barnabas Holee). Het gaat lang goed met hem en in het eerste deel denk je: het gaat te lang te goed met deze man (lang gerekt door Boomsma). Dat moest immers allang fout gaan. Dat doet het ook, maar met een literaire subtiliteit. En dat het eigenlijk al eerder fout begon te gaan, was door de (bijna) trouwe huishoudster Mienke verborgen gehouden.

Barnabas Holee lijdt aan een ernstig gebrek aan zelfkritiek, overschat Gods instemming met zijn eigen handel en wandel en ook overschat hij de capaciteiten van zijn tuinman Gerard. Hij wordt nonchalant en weet al helemaal geen bodem te leggen in de wijze waarop hij Gods liefde naar zijn hand zet. Hij gaat ten onder aan zijn interpretatie van God, die hij zo vrijelijk gekozen heeft. Het einde ontroerde mij.

Met zegt altijd dat het boek zo autobiografisch is met Barnabas Holee als een karikatuur van Boomsma. En dat het een aanklacht is tegen bekrompen denken in het christelijke wereldje. Als dat zo was, zou Boomsma van zijn hoofdpersoon toch wel een positiever beeld geschapen hebben dan dat van een oversekste glamourevangelist ? Ik zie toch veel meer in het boek.

Op Bol.com zag ik een recensie van Biblion, waarin staat dat de hoofdpersoon niet uit de verf komt. Ik ben het daar helemaal niet mee eens. Het zal wel komen omdat Barnabas niet een hoofdpersoon is die gewoon 100% goed is. (In de kern is hij dat wel.) Een hoofdpersoon wordt juist interessanter door die scherpe randjes.

Is dit boek een waarschuwing om God en Jezus niet te vrijelijk naar je eigen hand te willen zetten? Dat wil ik Arie graag bij gelegenheid vragen. (Ook zou ik het wel leuk vinden als hij mijn boek, dat enige raakvlakken heeft met dat van hem, zou willen lezen.)

Posted in Gelezen | Tagged | Leave a comment

SamenLoop voor Hoop 2012

Op 9 en 10 juni 2012 doe ik mee aan een 24 uur durend wandelevent dat in het teken staat van kanker. Het is een estafetteloop op een athletiekbaan in Veldhoven, waarbij continu gewandeld wordt van zaterdag 14.00 uur tot zondag 14.00 uur. Ik zit in een van de 75 teams, het team ‘Schouder aan schouder’, onder leiding van mijn nicht Marijke met haar dochter Kim, bij wie zich - het kan raar lopen - kanker openbaarde nadat ze aan zo’n loop in 2009 meedeed… De organisatie is in handen van SamenLoop voor Hoop, in het raamwerk van KWF Kankerbestrijding. De hele dag staat in het teken van lotgenotencontact en het ophalen van geld 100% voor wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van kankerbestrijding.

De SamenLoop voor Hoop kent twee bijzondere, indrukwekkende elementen: de ereronde en de kaarsenceremonie. De ereronde is de start van het evenement, waarbij onder aanmoediging van familie en vrienden ‘survivors’ de eerste ronde op het parcours lopen. Om 23.00 uur vindt de kaarsenceremonie plaats, waarbij duizenden ‘kaarsen voor hoop’ worden ontstoken ter nagedachtenis aan hen die de strijd tegen kanker hebben verloren of naasten die de ziekte hebben (gehad), maar ook om gewoon de positieve gedachten van sympathisanten naar voren te brengen. Het moet een indrukwekkend gebeuren zijn. Zelf doe ik voor de eerste keer mee. Ik neem alvast maar vrij op maandag 11 juni.

Ik schrijf dit in de hoop dat jullie een ‘kaars voor hoop’ willen sponsoren. Dat is een zak waarop een boodschap is geschreven of geplakt. In die zak brandt een kaars terwijl wij lopen voor hoop. Ik koop een flink aantal van die zakken in, hopend dat jullie willen deelnemen door zo’n kaarsenzak van 5 euro te sponsoren. Je kunt mij mailen met een tekst of plaatje voor op de zak en ik maak van die ‘kaars voor hoop’ een foto, die ik je mail (met respect voor de privacy). Zaterdag 9 juni 2012 wordt om 23.00 uur jouw ‘kaars voor hoop’ aangestoken om de lopers en waar zij voor staan (of beter: lopen) te verlichten. Maak de 5 euro over aan Clemens van Brunschot te Eindhoven, ING rekening 749921 (een lekker kort, oud Postbank nummer), onder vermelding van ‘SamenLoop voor Hoop’. En vergeet niet om me te mailen over wat er op de zak moet komen te staan. (Mailadres staat onder de Contact tab).

Enkele van de duizenden kaarsenzakken langs het parcours

Je kunt natuurlijk op 9/10 juni ook zelf komen (en je kunt je kaarsenzak dan thuis bij mij ophalen als je wilt, om die zelf af te maken; anders neem ik alles mee naar de athletiekbaan). Er komt een levendige braderie en er zijn artiesten ter aanmoediging gedurende het hele evenement. Ik zal er zelf ook de hele 24 uur zijn, met schrijfadviezen als je wilt. De burgemeester van Veldhoven en PSV-icoon Hans van Breukelen zijn ambassadeurs. Meer informatie is te vinden op de website van SamenLoop voor Hoop en ik heb voor jullie op Youtube ook een presentatie staan, gemaakt door een andere nicht van me, Elly. Zelf hield ik het niet helemaal droog toen ik de presentatie zag met de beelden van die jeugdige en vrolijke Kim, met wie het nu overigens best goed gaat na de operatie en alle bestraling en (zware) chemotherapie.

Posted in Rondom het schrijven, Sponsoring | Tagged | 3 Comments

Einsteins Godsformule

Boekbespreking van José Rodrigues dos Santos: De Godsformule. Querido, 2008, ISBN 978 90 214 3557 2. (Oorspronkelijk: A Fórmula de Deus, Gravida, Portugal, 2006).

Zeer interessante en eigenzinnige thriller van deze Portugese televisiepersoonlijkheid. De spanning van de thriller maakt halverwege het omvangrijke boek echter plaats voor de spanning van hoe het nu eigenlijk zit met de Godsbewijzen die Albert Einstein volgens deze roman versleuteld zou hebben weergegeven in een geheimzinnig document. Het boek laat zich alleen uitlezen door wie mateloos geïnteresseerd is in het raakvlak van de moderne fysica enerzijds en filosofie, religie en mystiek anderzijds. Er staat veel relativiteitstheorie en kwantumfysica in het boek.

De hoofdpersoon, de Portugese historicus/cryptoloog Tomás Noronha wordt door de Iraanse Ariana naar Teheran gelokt omdat de Iraniërs het geheimzinnige document De Godsformule gestolen hebben, maar niet ontcijferd krijgen aangezien de ontvoerde deskundige, professor Sizas, bezweken is onder martelingen. De Iraniërs zijn er (net als de CIA) van overtuigd dat het ‘explosieve’ document aanwijzingen bevat voor de productie van een nieuw soort kernwapen. Noronha wordt door de CIA gedwongen om in Teheran te spioneren en zelfs om het document te helpen stelen. Dat gaat helemaal fout, hij belandt in de gevangenis en wordt net op tijd gered door Ariana, die hem helpt ontsnappen (zodat hij in Portugal en in Tibet essentiële informatie bij andere deskundigen kan achterhalen). In Tibet weet hij een tweede maal te ontsnappen uit Iraanse handen, deze keer omdat Ariana zijn gevoelens beantwoordt. Zij vluchten samen naar Portugal, waar voor Ariana uitzetting naar Iran dreigt tenzij Noronha in 24 uur de code van het document weet te ontcijferen.

Dit klinkt spannend en dat is het ook, ware het niet dat minstens de helft van de 550 pagina’s zijn gewijd aan de wetenschappelijke Godsbewijzen van Einstein en zijn leerlingen. De plot is vooral een kapstok voor een serie essays.

In verband met de ‘Godsbewijzen’ (waar ik nog net iets meer van had verwacht) moet opgemerkt worden dat het in dit boek afwisselend gaat over de God van de filosofen en God als een scheppende (maar niet persoonlijke) intelligentie.

Godsbewijs 1: Als je relativiteitstheorie toepast op de ruimte/tijd na de ‘Big Bang’ blijkt de tijdsduur van de zes dagen van het scheppingsverhaal in Genesis 1 overeen te komen met de zes in de Bijbel beschreven scheppingselementen in de expanderende ruimte/tijd.

Godsbewijs 2: Simulaties met de vele parameters van onze natuurkunde hebben aan het licht gebracht dat al bij de kleinste afwijking van slechts één parameter het leven op aarde niet had kunnen ontstaan. Het kan dus geen toeval zijn; daarvoor is het allemaal te onwaarschijnlijk en geraffineerd.

Godsbewijs 3: De relativiteitstheorie impliceert dat de toekomst van de ene locatie al heden is op een andere locatie. Omdat daarmee de toekomst vast ligt, is er niet echt een vrije wil en is alles gepland.

Daarmee komt de auteur op de nogal fantastische theorie dat ons universum in de Big Bang geschapen is door de intelligentie die was opgebouwd in een vorig universum dat ten einde kwam in een Big Crunch. Ook ons universum is op weg naar vernietiging in zo’n omgekeerde van de Big Bang, maar eerst zal de mens (die dat onmogelijk kan overleven) zijn intelligentie overdragen aan en vermeerderen in computers en robots die het universum niet alleen zullen koloniseren maar de voorwaarden zullen scheppen voor continuering van de intelligentie in een volgend universum. De mens wordt dus God en die God schept de opvolger van de mens in het volgende universum. De kern van Einsteins Godsformule luidt dan ook: “Genesis. Er kome licht”: de bestemming van de mens.

Het is knap dat de auteur de lezer weet te boeien met zo’n lange uiteenzettingen (trouwens ook over boeddhisme en de hindoefilosofie). Het boek is geschreven in de derde persoon en in de verleden tijd. Het perspectief is meestal dat van Tomás Noronha, maar erg streng is de auteur daarin niet . Hij neemt het soms ook niet zo nauw met het “show, don’t tell”, heeft een vaak ietwat dommige hoofdpersoon, blinkt niet uit in dialogen, schrijft rustig verboden toevoegingen als ‘schouderophalend’ en ‘… corrigeerde Luís Rocha hem. Tevens bevat het boek een aantal onwaarschijnlijkheden, waaronder de onhandige liefdesverklaring aan Ariana, al die avances aan haar adres, dat zij (een beweerde Godin in bed) iets voor hem zou voelen, dat een historicus geen enkele kennis zou hebben van het boeddhisme, dat de verlichte Tibetaan Tenzin hem en de Iraanse waardig keurt om geheimen aan te onthullen, dat de Amerikaanse ambassadeur in Portugal van Noronha aanneemt dat de Godsformule niet over kernenenergie gaat.

Het voornaamste wat ik van het boek geleerd heb, is dat iets buitenliterairs als een extreem lang essay in fictie ‘kan’, mits alles klopt. Maar zo bont kan waarschijnlijk alleen een televisiepersoonlijkheid het maken.

Posted in Gelezen, Geloof | Tagged , , , | Leave a comment

Oek de Jong en ‘Show, don’t tell’

Heel graag bespreek ik de roman die volgens mij het meest geschikt is om te leren hoe het onder schrijvers befaamde “Show, don’t tell” gaat of kan gaan. Oek de Jongs “Hokwerda’s kind” (bij Uitgeverij Augustus in 2002) heeft in recensies heel wat kritiek gekregen vanwege de veelvuldige en ellenlange seksscènes en omdat er gemakkelijk honderd pagina’s van de 444 af hadden gekund. Ik ben daar milder in. Ook ik heb me een beetje geërgerd aan de groeiende nymfomanie van de hoofdpersoon, maar die is niet zonder reden. Ik geloof niet dat die scènes bedoeld waren om de lezer op te winden, zoals een recensent schreef, maar om te laten zien dat de hoofdpersoon net zo wild wordt als haar vader, met wie zij een oude haat-liefde verhouding heeft. Net zoals ze ook steeds onbetrouwbaarder wordt, als haar vader. Die vader (de stugge Fries Hokwerda) demonstreert zijn onbetrouwbaarheid in de openingsscène als hij met bepleisterde handen zijn jonge dochtertje Lin keer op keer over de rietkragen van de Ee werpt om haar uithoudingsvermogen te testen. Er was trouwens ook een pedofiele oom, die haar op schoot nam.

De rest van het dikke boek geeft volgens mij het tergende proces weer waarin Lin steeds meer op haar vader gaat lijken. Dat wordt pas tegen het einde gesignaleerd, door de laatste van haar liefdes, Jelmer, de eerste betrouwbare man in haar leven (die geen zin meer in Lin heeft na haar negen maanden lange ontrouw-avontuur met Henri, een erg onbetrouwbaar minnaar, die haar dan ook blijft lokken). Al die tijd voel je de spanning van na de openingsscène: hoe moet het toch aflopen met een kind van een onbetrouwbare vader? Ik vind dat Oek de Jong dat meesterlijk heeft uitgewerkt. Het is een schoolvoorbeeld van “Show, don’t tell.”. Knap van de auteur om die spanning honderden pagina’s vol te houden en geleidelijk uit te werken.

Een voorbeeld: als ze haar vader na lange tijd weer heeft ontmoet (en de man nog een schepje op zijn onbetrouwbaarheid heeft weten te doen), gaat ze raar doen. Maar het wordt niet met dat bezoek in verband gebracht; dat doet de lezer wel.

Nog een voorbeeld: Lin wordt zwanger (tot aan de abortus). Maar de vraag wie de vader is, komt niet aan de orde. Dat mag de lezer zichzelf afvragen, terwijl Lin er automatisch van uitgaat dat het Henri is.

Oek de Jong gebruikt Jelmer om Lin tegen het einde beter te doorgronden, net zoals Lin Henri gebruikt om zichzelf te doorgronden.

De stijl is eenvoudig gehouden, maar erg beeldend, op het poëtische af. Ik vond de stijl prachtig, net als de subtiele symboliek die gebruikt wordt, bijvoorbeeld Lins versleten koffer waarin haar kleren gaan nadat het uit is met Jelmer, of dat Jelmer toch nog de tegenwoordigheid van geest heeft om het straatnaambordje te zien in de straat waarin hij huilt om Lin (hij gaat verder met zijn leven).

Het mooist beschreven vond ik Lins eenzaamheid als het met Jelmer uit is. Je voelt dat het slecht moet aflopen. En dat doet het ook, vooral voor Henri, de man die ze niet kon luchten of zien, maar een onweerstaanbare aantrekkingskracht op haar uitoefende. Oeks aanpak lijkt wel op die van Patricia Highsmith, een schrijfster die ik erg bewonder.

Ik denk dat Oek de Jong zich bij het schrijven van het (lange) verhaal sterk heeft laten leiden door het principe dat het verhaal zichzelf aan de schrijver ontvouwt; daarop wijzen de vele wervelingen en rimpels in het verhaal. Volgens mij heeft hij zich laten verrassen door hoofdpersoon Lin. Groot gelijk!

Posted in Gelezen, Taal | Tagged , | Leave a comment

Experimenteel gedicht

Met onderstaand gedicht was ik genomineerd voor de Nieuwegeinse Literatuurprijs (van het poëzietijdschrift Opspraak), waarvan de uitslag op 26 januari 2012 was. Prijswinnaar werd ik er niet mee, maar het was in het nieuwe ‘Stadshuis’ erg professioneel en prettig. En gelukkig ging het voorlezen goed, want dat valt nog niet mee als (de vette) woorden zowel in de vorige als de volgende zin een functie hebben. Ik heb het bij één rondje gelaten, maar je kunt het gedicht (circulair, rechtsom) blijven dóórlezen. Je kunt wel zien dat ik de dingen graag op mijn manier doe en nieuwe wegen zoek. Misschien is dat niet de beste manier om prijzen te winnen. Behalve bij die Querido schrijfwedstrijd rond schrijver Peter Drehmanns, want die zit óók zo in elkaar.

Hieronder nog een foto van mijn voordracht, gemaakt door belangstellende Jane Kalka. Helemaal rechts zittend nog een glimp van mijn schrijfcollega Anaïd Haen, die in de categorie Proza de aanmoedigingsprijs (derde prijs) in de wacht sleepte.

Posted in Poëzie, Schrijfwedstrijd, Taal | Tagged , | 3 Comments

Raadselige Roos

Vandaag was ik bij de prijsuitreiking van de Raadselige Rozen voor poëzie en voor proza. Mijn gedicht ‘Bekering’ werd door de vakjury van Literair Café Venray geselecteerd voor publicatie in de bundel, maar deed mij niet de begeerde prijs in de wacht en in de auto slepen. De jury had de link niet gezien tussen mijn thema ‘Bekering’ en het officiële thema ‘De wonderen zijn de wereld nog niet uit’, men ergerde zich aan vermeende kritiek op verpleegkundig personeel en vond het jammer dat het gedicht over ‘Piet’ ging (de man die het allemaal zo beleeft, ook de intenties van het personeel).

Jullie moeten maar voor jezelf oordelen. Hieronder de kaft van het boekje, de oorkonde, een stukje juryrapport en natuurlijk het gedicht zelf. De winnaar had een sonnet over het dichten van een sonnet. Ik betwijfel daarom of ik de volgende keer nog meedoe.

Bekering      (Copyright Clemens van Brunschot)

zijn onderste gezichtsveld toont
de glimp van grijze dorheid
waar nu een jeuken heerst
van resten soep
en kip
niet dat ze komt, de dikke zuster,
die al nooit overliep van begrip

tot veel te dicht bij het kruisbeeld
hebben ze hem geduwd
verdomd ze weten van zijn zwakke plek
waar de verdediging is
doorgerot
nog houdt hij moeizaam stand in strijd
verwikkeld met een slinkse God

dan… boort er iets van licht
en diamant door schedeldak
en schieten tranen gloeiend vol
van tachtig jaar
bezwaren
weg drijft de dood op kloeke wolken
wat valt er ooit nog te verklaren?

ook zonder lam- en stomheid
zou Piet nooit kunnen duiden
aan zusters, rood en aangesneld,
wat er zo brak in dat geheime
hart
al dacht niemand dat hij kon huilen
hijzelf is nog het meest verward

Posted in Geloof, Poëzie, Schrijfwedstrijd | Tagged , , | 6 Comments