Gedichten2018-11-24T12:57:38+00:00

Copyright Clemens van Brunschot, uiteraard.

Muziek

Op het podium zaagt een Noorse vrouw
schrille kreten uit een dure viool, scheurend
door de ruimte op zoek naar ontvangers.

Vanuit zijn crypte keilt de componist
honderdduizend wendingen in het rond.
Een dirigent sluipt als slangen-
bezweerder, zijn orkest bekronkelend.

Noeste pogingen komen tot bloei
als deze hersenen hier
het scheuren en trillen vertalen
in wat ik als muziek herken.

Niets minder dan een wonder
dat hier vioolsignalen binnen-
komen van een Noorse vrouw
die net als ik zit opgesloten
in een knellende hersenpan.

 

De vrouw schrijft een lied
ter ere van haar Schepper –
een engel kijkt op.

***

In tedere dans
streelt de vrouw ruimte en tijd,
door God gesponnen.

***

De engel wiegt mee
met de nieuwe danseres,
als ooit met David.

***

IJle fluistering
sticht in de zwijgende vrouw
een woordentempel.

***

Het lied bevat nu
mensenengelenwoorden –
God ziet: het is goed.

 

 

Yoga

hier sta ik
in tijd en ruimte
door God gemeten
en zie ik mijn handen
druipend van tijd
zijn uitspansel weten

hier tracht ik
de ijle uitdijing
in mijn lijf te vatten
de expansie
toont hem scheutig
met onverdiende schatten

een wonder
trekt mij in de volte
van zijn bestaan

 

 

Bevrijding
bij Kolossenzen 1: 13-14 / Bevrijdingsdag

Een omgekeerde uittocht
– de vijand weg uit onze woestijn –
de vlaggen kunnen uit
al blijven onze tranen voorlopig
verschroeide aarde blussen.
Een koninkrijk bevrijd
uit een domein van duisternis,
van een vijand veel zondiger dan wij.

Heeft God met de bevrijding
– door Polen, Canadezen,
Engelsen, Amerikanen –
onze vrijheid nu verzekerd?
Ja in Christus Jezus wel,
in een sterk geloof.
Al viel het nog niet mee
om de vijand te beminnen.

Ook de Kolossenzen hadden het niet makkelijk

 

 

De tent
(geplaatst door Schrijverscontact)

Zijn gaandeweg verlept geloof
kon hij reanimeren:
door Jezus te noden in het derde oog
had hij het gehavend terug zien keren.

Daar een heilige tent opzetten
was waar de Geest naar taalde,
al draaide hem het vlees een loer
doordat gedachten dwaalden.

***

Dan, midden in een winternacht,
schuift hem de hemel dicht
als bij een dieper snuiven
tekort aan adem hem ontwricht.

Weken puft hij in een zak, vol onmacht
die kwaadaardig in hem wroet.
De schaarse slaap schenkt hem een droom:
een rietkraag toont hem wat hij moet.

Diezelfde nacht voelt hij geluk:
Gods adem, ruisend in zijn voorhoofd,
brengt rust, aanbidding, zegen,
zelfs meer dan hem ooit is beloofd.

In zijn woestijn tot leven gekomen
prevelt hij van dank en heiligheid.
Het tentdoek golft een koele bries.

 

 

Verhuizen

dat is een en al schaven en schikken
amper ben ik gestopt met werken
– om het geestelijke te versterken –
of mij overvalt een vaag verstikken

een fietstocht langs de oude plaatsen
zal mij misschien iets nieuws doen merken

de groene Soeterbeek lijkt te creperen
maar voor de eenden is dat kroos gezond.
om aardbeien te doen presteren
smoort plastic de geplaagde grond
benauwend dicht staat mais opeen
slecht zou het zijn als hij ruimer stond

bomen lijken voor de helft te leven
de onderkant of juist van boven
en hier is waar mijn knie het heeft begeven
maar zonder mijn halve marathon te roven

dat vage verstikken is mij nu om het even
ik weet: de duisternis zal het licht niet doven

 

 

Londen, 14 juni 2017
(opgenomen in de bundel Zusterlief broederlief)

haar zoon
werd hij opgevangen
na die worp uit het raam
waar vlammen ook hun weg vonden

ellendig likken
uitschieters van de hel
aan smeltende huid
niet te geloven
dat dit haar treft

valt de pijn nog mee
en zou God dat dan doen?
dan doet hij toch nog iets
op de tiende verdieping

de rook werkt veel te langzaam
hoe zal het zijn en kan het
een hemel zonder zoon
hopen op zijn dood
nee het kan niet

 

 

Heilige tent

lang zoeken beloond
uw licht trekt bij mij binnen
de zon komt weer op

de gouden koepel
die mijn wereld overspant
is uw tent al klaar?

u nam uw intrek
maar dan gaat u weer voorbij
het tentdoek klappert

 

 

maan

als een vriend

stond jij erbij, maan
in de tempelstad?
apostelen wakker
mensenzoon opgepakt
hof van olijven op zijn kop
durfde je nog te stralen
je ronde te vervolgen?

en de nachten erop
na de teleurstelling?
stond jij te wachten
of ze naar buiten durfden?
doodsbange volgelingen
van de gekruisigde

maar dan die andere dag
wat zou je gestraald hebben
als je erbij had kunnen zijn
overdag
wentelend van verwondering
om wat zij hadden ontvangen
diezelfde mannen
met brand van moed en liefde
weet je
ik kan erdoor geloven

ach, je ontvangt niet, maan
en geeft niets terug
behalve licht

al zo lang sta je daar
vriend

 

 

dood

Zaventem, 22 maart 2016
(opgenomen in de bundel Zusterlief broederlief)

meer dan vroeger denk ik
aan de dood
al is die niet meer
wat ze was
een afgesneden hoofd
kinderen aan een kruis
en vandaag spatten lichamen uiteen
hoe ver zal ik van God zijn
als het mij treft
hoeveel kan ik aan
en zal ik mijn eigen gebeden nog
geloven?

 

 

fire column

Vuurkolom in de meditatie

menig vuur begint te doven
als jaren door de trechter gaan
maar de liefde voor mijn schepper
heeft dorst en droogte fier doorstaan

na twintig jaar in een woestijn
is de kolom opnieuw verschenen
die mijn weg in het begin verlichtte
maar week voor dorheid, zweet en stenen

de vlag uit voor de witte straal
die mijn hoofd met U verbindt,
andersom want alles is van U
en ik ben een dankbaar kind

wie weet of Mozes hem ook zag
zo’n geestelijke vuurkolom
om hem en het volk te leiden
of vindt U mij nu erg dom?

 

 

Een boomstam, met mos begroeid maar levendig in de zon klik

Kleur
(geplaatst door Schrijverscontact)

de rijzende zon, een feest van rood, licht
honderd groenen uit een dode boom

het wonder stijgt mij naar het hoofd, waar
een godspenseel de wereld wekt

en… dat zo’n hoofd kán denken

 

 

Expansion

Oplossen
(geplaatst door Schrijverscontact)

ik expandeer
en adem licht
vol leegte

de stilte baart
een kerkklok
in mijn hoofd

en weidsheid
lost mij op

Hij en ik

Hij

 

 

Cross

Kom
(geplaatst door Schrijverscontact)

Kramp geworden armen
aan het hout – mijn polsen
vuur – alle pezen
verrekt – dit lichaam
één scheurende schreeuw
van longen stikkend
in bloed
verlaten
verhoogd tot het laagste
zie ik de mensheid
zoeken – struikelen
over het kwaad – vallen

Kom struikelaar
uit je verlatenheid
opstaan zullen we.

 

 

De onderweg
(geplaatst in wedstrijdbundel Raadselige Roos 2015)

Ooit wees een glimp van licht en vrede mij
een weg naar hoger zijn
een bovenweg
en jaren trok ik mij door tijd
op zoek naar goddelijk leven
al wat ik vond was laag, was klein.

Als van een andere sloeber
de ogen dankbaar naar mij opengaan
en ik – groter in het kleine –
ziende blind raak voor mezelf
dan pas breek ik uit
mijn hoogste waan.

Geen boven- maar een onderweg
wordt mij van lieverlee getoond
voor licht en vrede kwam een hoop gedoe
dat in armoedig sloven
een stomgeslagen ik
met liefde overstroomt.

Een pelgrim schrijdend op de weg
een lichtbloem in hem, die al bloeit
de diepste vrede is zijn deel
terwijl het lage in het hoge vloeit.

 

 

Oneindig

Het meten van het oneindige
(geplaatst door Schrijverscontact)

Als mijn werkelijkheid een bol is
met alles van de zintuigen
tegen de binnenkant
geprojecteerd

en mijn projectie op de jouwe lijkt
omdat wij zo geschapen zijn
ieder in zijn eigen bol
een wonder

als wetenschap ons zonder schaamte
uit haar rafelige doeken doet
wat tijd is, en wil meten
wat oneindig is

en er deeltjes cirkelen door tunnels
knallend als champagnekurken
alsof we het Al begrijpen
van de schepping

terwijl het hele registreren
van al die consternatie
volledig valt of staat
met wat ik kreeg
aan zintuigen,
ha! dan
lach
ik

 

 

Meditatie

In wijkende armen vangt mij de nacht
zo lijkt het of ik val in Hem
die in mij spreekt maar zonder stem
over de universumkracht.

Niets waaraan ik mij nog klem
of toch: mijn hoofd heeft iets bedacht
en nodigt een invasiemacht
dus ook vannacht geen requiem.

Zo vind ik mij dan terug in bed
en trekt de wereld in mijn hoofd
een andere keer lukt het misschien

om zonder zintuigen te zien
hetgeen ik denk dat hij belooft
als hij me tot geloven zet.

 

 

BEKERING
(geplaatst in wedstrijdbundel Raadselige Roos  2011)

zijn onderste gezichtsveld toont
de glimp van grijze dorheid
waar nu een jeuken heerst
van resten soep
en kip

niet dat ze komt, de dikke zuster,
die al nooit overliep van begrip

tot veel te dicht bij het kruisbeeld
hebben ze hem geduwd
verdomd ze weten van zijn zwakke plek
waar de verdediging is
doorgerot

nog houdt hij moeizaam stand in strijd
verwikkeld met een slinkse God

dan… boort er iets van licht
en diamant door schedeldak
en schieten tranen gloeiend vol
van tachtig jaar
bezwaren

weg drijft de dood op kloeke wolken
wat valt er ooit nog te verklaren?

ook zonder lam- en stomheid
zou hij nooit kunnen duiden
aan zusters, rood en aangesneld,
wat er zo brak in dat geheime
hart

al dacht niemand dat hij kon huilen
hijzelf is nog het meest verward

 

 

Een rondje rechtsom met Kafka