LET OP: Op 27 mei (Eerste Pinksterdag) heeft De Arbeiderspers excuses aangeboden: voor het mistellen en voor de verkeerde inschatting in verband met een recensie.
Onderaan heb ik mijn oorspronkelijke tekst als reactie toegevoegd.

Op deze plaats stond eerst een lovende recensie van (en een bloemlezing uit) Ilja Leonard Pfeijffers nieuwste boek: “Hoe word ik een beroemd schrijver?” (De Arbeiderspers, 2012, ISBN 978 90 295 7922 3). Stond, want op last van die uitgever heb ik het stukje verwijderd, aangezien ik geen  zin had om € 302,40 te betalen voor een goed bedoeld stukje promotie voor iemand anders. Ik had om toestemming voor de citaten gevraagd, maar plaatste het stukje na een week wachten toch maar alvast, in de blijkbaar naïeve veronderstelling dat die uitgever blij zou zijn met de gratis promotie. En ik heb toch 5600 volgers op Twitter, die ik er dan op kan wijzen. Enkele seconden nadat ik het stukje geplaatst had, verscheen een soort dreigbrief in mijn mail. Betalen of weghalen. Ik had er al geen zin meer in en heb het stukje verwijderd, een illusie rijker of armer.

Best een fors bedrag, die € 302,40, voor een paar zinnen uit het boek. Dat bedrag was het resultaat van een telling van het aantal woorden. Niet alleen van geciteerde woorden, maar van alle 1433 woorden van mijn recensie. En natuurlijk inclusief de “(…)” sprongetjes en zelfs de paginaverwijzingen! Ik zou De Arbeiderspers dus moeten betalen voor de woorden die ik zelf bedenk om een boek van hen aan te prijzen? Het moet niet veel gekker worden. Het kan domheid zijn of geldgebrek. Want het gaat niet zo goed met uitgevers. De Arbeiderspers is na de fusie met Bruna ook al naar Utrecht verhuisd.

Ik snap De Arbeiderspers niet. Schrijft iemand een keer iets positiefs over dat boek en dan is het weer niet goed. Ooit stond dit bedrijf bij mij bovenaan. Bij elk manuscript dacht ik eerst aan hen. Van geen één koester ik zoveel afwijsbrieven als van hen. Mijn band met De Arbeiderspers begon al vroeg: 30 jaar geleden, toen ik een lezing van de toenmalige directeur Theo Sontrop in Tilburg had bijgewoond op wat toen nog de Katholieke Hogeschool Tilburg heette. Hij vertelde dat een goed manuscript simpel van de rommel te onderscheiden was doordat het er altijd zo goed verzorgd uit zag. Het was in de tijd van de typemachine en ik deed na die lezing extra mijn best op mijn Remington om het manuscript er werkelijk adembenemend te doen uitzien. Ook op de inhoud deed ik mijn best, maar ik moest toen nog heel veel leren. En ik heb wel twintig jaar pauze genomen. En na een nieuwe teleurstelling nog eens vijf.

Na twee maanden wachten en brievenbus-kijken belde ik helemaal naar Amsterdam en vroeg meneer Sontrop te spreken. Daar hoef je als debutant tegenwoordig niet mee aan te komen. Ik kreeg hem te spreken en hij vertelde me dat hij het niet begreep. Ik had als schrijver weliswaar teveel hooi op mijn vork genomen, was zijn uitdrukking, maar ‘het ziet er zo goed uit.’ Ik had de goede man misschien moeten vertellen wat de bron was van de verwarring, maar het is pas nu dat ik ermee naar buiten kom. Als het goed is, is de man op 2 mei 81 geworden. Misschien kan iemand het hem vertellen.

Ik wens De Arbeiderspers/A.W. Bruna Uitgevers (apawb.nl in de mail) een toekomst toe die qua succes toch in de buurt komt van het verleden.