Via Uitzending Gemist zag ik prof. Robbert Dijkgraaf – u weet wel: die naar Princeton verhuist – zijn hoorcollege geven in Matthijs van Nieuwkerks ‘DWDD University’ uitzending van 17 mei 2012. Het ging over de oerknal, heel toepasselijk op een moderne Hemelvaartsdag. In 45 minuten zou hij ons uit de doeken doen hoe het zit met het ontstaan van het universum. Boeiend was het zeker. En gelukkig is Dijkgraaf niet een van die kosmologen die twijfels aan hun theorieën arrogant wegwuift. We kennen slechts 4% van ons universum, zei hij. Als hij het woord ‘begrijpen’ had gebruikt, had zijn schatting vermoedelijk lager moeten uitvallen.

Want de volgende twee citaten uit het hoorcollege scheppen samen een kostelijk beeld:
– ‘De donkere materie is cruciaal om het universum te begrijpen.’
– ‘Maar we hebben geen flauw idee wat die donkere materie is.’
De kosmologen hebben namelijk de aanname van (heel veel: driekwart) geheimzinnige onzichtbare materie nodig om bijvoorbeeld het ontstaan en de situatie van ons eigen Melkwegstelsel uit samenklontering te kunnen verklaren.

De prof kende toen misschien nog niet de Duitse onderzoeksresultaten waarover twee dagen later in de NRC gepubliceerd zou worden. Astronomen hebben namelijk twijfels doen rijzen aan het bestaan van die ‘donkere materie’. Ze vonden sterke aanwijzingen dat de bekende enorme ‘vast polar structure’ (van sterren, stof en gas rond het Melkwegstelsel) een platte baan beschrijft loodrecht op die van het stelsel en dus waarschijnlijk het restant is van een botsing van sterrenstelsels (zoals we over 4 miljard jaar misschien wéér krijgen met de Andromeda nevel). Als dat zo is, van die eerdere botsing, is diezelfde ‘vast polar structure’ niet een restant van de bouwstoffen voor ons Melkwegstelsel en komt de hele hypothese van samenklontering (en de noodzaak van die donkere materie) op losse schroeven te staan. Wie weet? Zie hier een abstract van het originele artikel.

Bijzonder snel uitgepraat was prof. Dijkgraaf toen hij de vraag aan de orde stelde wat er vóór de oerknal was. Hij zei niet dat ook de tijd toen pas ontstond (dat laat zich niet zo gemakkelijk uitleggen of voorstellen), maar haalde de snaartheorie aan om de mogelijkheid te opperen dat het ene universum ontstaat uit het andere en dat er parallelle universa bestaan. Ik moest daarbij sterk denken aan de eigenwijze bestseller van José Rodrigues dos Santos: De Godsformule (zie mijn weblog van 27 februari 2012), met nogmaals dank aan tipgever Chris van Rens.

Ach weet je, die hele kosmologie is minstens zo speculatief als wat voor religie ook. Is het zelf niet een religie? Zoals Matthijs van Nieuwkerk prof. Dijkgraaf toesprak, kreeg ik wel even die indruk. Het is zo langzamerhand wel bekend dat ik niets tegen het fenomeen religie heb, integendeel. Oorlogen komen niet voort uit religie maar uit de persoonlijke of maatschappelijke belangen van degene die er misbruik van maakt (en was het niet van religie dan wel van iets anders, desnoods voetbal).