Vandaag was ik bij de prijsuitreiking van de Raadselige Rozen voor poëzie en voor proza. Mijn gedicht ‘Bekering’ werd door de vakjury van Literair Café Venray geselecteerd voor publicatie in de bundel, maar deed mij niet de begeerde prijs in de wacht en in de auto slepen. De jury had de link niet gezien tussen mijn thema ‘Bekering’ en het officiële thema ‘De wonderen zijn de wereld nog niet uit’, men ergerde zich aan vermeende kritiek op verpleegkundig personeel en vond het jammer dat het gedicht over ‘Piet’ ging (de man die het allemaal zo beleeft, ook de intenties van het personeel).

Jullie moeten maar voor jezelf oordelen. Hieronder de kaft van het boekje, de oorkonde, een stukje juryrapport en natuurlijk het gedicht zelf. De winnaar had een sonnet over het dichten van een sonnet. Ik betwijfel daarom of ik de volgende keer nog meedoe.

Bekering      (Copyright Clemens van Brunschot)

zijn onderste gezichtsveld toont
de glimp van grijze dorheid
waar nu een jeuken heerst
van resten soep
en kip
niet dat ze komt, de dikke zuster,
die al nooit overliep van begrip

tot veel te dicht bij het kruisbeeld
hebben ze hem geduwd
verdomd ze weten van zijn zwakke plek
waar de verdediging is
doorgerot
nog houdt hij moeizaam stand in strijd
verwikkeld met een slinkse God

dan… boort er iets van licht
en diamant door schedeldak
en schieten tranen gloeiend vol
van tachtig jaar
bezwaren
weg drijft de dood op kloeke wolken
wat valt er ooit nog te verklaren?

ook zonder lam- en stomheid
zou Piet nooit kunnen duiden
aan zusters, rood en aangesneld,
wat er zo brak in dat geheime
hart
al dacht niemand dat hij kon huilen
hijzelf is nog het meest verward